Voorproefje

 

Dans!

Titel: Dans!
Auteur: Mireille Geus
Uitgeverij: Lemniscaat, 2018
ISBN: 978 90 477 1044 8
Illustraties:

Dans!, het nieuwste boek van Gouden Griffel-winnares Mireille Geus. Dans! is een hartverwarmend boek over ballet, ouderliefde, onzekerheden en het volgen van je dromen.

Het begin

1
De eerste die ik ooit zag was mijn vader. Ik werd geboren,
meteen daarna in een zachte roze handdoek gestopt en
hup in de armen van mijn vader gelegd. Daar lag ik, in
zijn sterke armen, tegen zijn enorme borst aan, naar hem
kijkend. Naar zijn zwarte haar, zijn diepliggende grijsblauwe
ogen, zijn kaaklijn en de wrat naast zijn neus.
Dus dit is mijn vadertje, dacht ik. Ik lachte naar hem.
Mijn vader lachte terug, zijn sterke tanden bloot. Daarna
gaapte ik en deed ik mijn ogen dicht. Geboren worden
was best vermoeiend.
‘Ze lachte naar me,’ zei mijn vader.
‘Dat kan niet, schat,’ antwoordde mijn moeder.
‘Baby’s kunnen pas na twee maanden lachen.’
‘Toch lachte ze,’ zei mijn vader. Ik hoorde wel dat zijn
Nederlands anders klonk dan dat van mijn moeder. Pas
later hoorde ik dat hij in Rusland is geboren.
‘Goed,’ zei mijn moeder, ‘ze lachte. Wat een plezier
zullen we met haar hebben.’ Daarna sloot ze haar ogen.
Mij baren was blijkbaar ook vermoeiend.
Mijn vader telde mijn vingers. Hij stopte bij tien. Ik
opende verbaasd mijn ogen toen mijn vader de roze
handdoek voorzichtig opensloeg en ik het plotseling
koud kreeg. Mijn vader bekeek mijn voeten en telde mijn
tenen. Weer stopte hij bij tien. Daarna druppelde er
warm water uit zijn ogen boven op me. Lang erna leerde
ik dat het tranen waren. En dat het niet geeft om ze te
laten lopen, want je ogen zijn ervoor gemaakt.
Mijn vader hield daar in het ziekenhuis met één hand
mijn beide voeten vast alsof het de duurste sieraden ter
wereld waren.
Niemand kan zich zijn geboorte en de tijd net erna
herinneren. Maar ik wel, door het verhaal van mijn
vader. Door zijn ogen.
De verpleegsters vonden mijn vader en mij schattig.
Er zijn foto’s van ons samen in mijn babyboek. Een grote
man met een klein meisje.

Maandag

2
Mijn grote teen is enorm. De teen naast mijn grote teen
is bijna net zo groot. Ik weet niet eens hoe die teen heet.
Bestaat er wel een naam voor? Die teen daarnaast, de
middelste dus, die gemiddeld hoort te zijn, is dan weer
veel te klein. Ongeveer de helft van de tenen links, maar
wel met een grote nagel, alsof deze teen verwachtte veel
groter te worden dan de rest, en op deze manier laat zien:
ik ben het er niet mee eens. De teen rechts daarvan, die
ik maar mijn ringteen noem, is iets kleiner dan die grote -
nagelteen. In een gewone voet had die teen best gewoon
kunnen zijn, maar bij mijn voet was die teen belachelijk:
belachelijk in zijn gewoonheid, naast al die vreemde
tenen eromheen. Als laatste de kleine teen, de enige teen
die naast de grote een duidelijke naam heeft; die is niet
lang en slank zoals mijn andere tenen, maar een kleine
dikke knobbel met een dikke harde nagel erop.
‘Kalknagel,’ zegt mijn moeder dan, ‘door je ballet.’
In de zaal draag ik balletschoenen – daar komt die
kalknagel niet van – maar de kleedruimtes en douches
zijn vies, ook al zie je het niet. Er liggen geen haren of
andere viezigheid. Nooit. Maar de nagel van mijn kleine
teen bewijst het: er is daar vuil.
Dat ik hier nu zit en naar mijn tenen kijk komt door
mijn moeder. Ze heeft me net te veel frisdrank gegeven
– bubbeltjeswater met munt – en dat drink ik bijna
nooit. Ik word er misselijk van, en als je misselijk bent,
dan werkt afleiding volgens haar. Hoe irritant het ook is
dat ze meestal gelijk heeft: het helpt. Afleiding. Vandaar
het kijken naar mijn rare tenen. Ze merkt trouwens niets
van wat ik doe, want ze leest. Als ze leest dan merkt ze
niets; als ze niet leest merkt ze meer, maar niet zoveel als
mijn vader.
Mijn vader kan alles. Hij kan enorm goed stoer veters
strikken. Niet suf voorovergebogen met kromme rug,
nee, hij staat kaarsrecht, doet zijn ene been omhoog,
strekt zijn armen en strikt staande heel vlot zijn veters.
Vroeger vond ik het bijna toveren. De strik zit ook nog
eens heel goed vast. Mijn moeder stopt weleens om haar
veters opnieuw te strikken, maar mijn vader niet. Dat is
gewoon niet nodig.
Mijn vader kan ook heel goed zijn neus snuiten: één
keer in een wegwerpzakdoek en al het snot is eruit. Hij
trompettert er zo hard bij dat iedereen naar hem kijkt
en als hij klaar is, dan glimlacht hij al zijn tanden bloot,
en iedereen lacht terug. Je wilt dat hij lacht, dat hij blij
is. In ieder geval wil ik dat en mijn moeder ook.
Iets anders wat mijn vader heel goed kan, is zichzelf
sparen. ‘Je moet je energie altijd bij je houden, Max,’ legt
hij dan uit. ‘Je energie is van jou en kun je maar één keer
uitgeven, daarna moet je weer nieuwe energie opbouwen.
Ik zorg er altijd voor dat mensen mijn energie niet stelen,
dat situaties mijn energie niet stelen. Daarom ben
ik zo graag bij jullie. Jullie geven me energie.’ Dan lacht
hij. Heb ik al gezegd dat alles goed is als mijn vader lacht?
Zijn lach is de fijnste lach van alle lachen die er in de hele
wereld bestaan.
Hij kan ook ontzettend goed koken: Plov bijvoorbeeld,
een Russisch rijstgerecht met vlees en groente.
Verder kan hij ook perfect schaken, tafelvoetballen en
zwemmen. Daarnaast is hij knap, van binnen en van buiten,
en de belangrijkste danser van zijn gezelschap. Zijn
beroemde, professionele dansgezelschap.

Dans! verschijnt 1 maart.

.
Leesfeest verloot het boek uit dit voorproefje! Wil jij ook kans maken op dit boek? Klik dan hier
.