Voorproefje

 

Dex - Over school en andere ellende

Titel: Dex - Over school en andere ellende
Auteur: Mijke Pelgrim
Uitgeverij: Van Holkema & Warendorf, 2017
ISBN: 978 90 003 5705 5
Illustraties:

Oooh… Sapperdiosia

Weet je wat ik nou nuttig zou vinden? Dat ze in groep acht, als je die stomme Cito-toets moet maken, ook een testje afnemen om te kijken of school sowieso wel je ding is.
Met vragen zoals:

– Vind je school boeiend?
– Kun je goed stilzitten?
– En je mond houden?
– Vind je leraren leuke mensen?
– Hou je van huiswerk?
– Lees je wel eens een boek voor je plezier?

Ik weet zeker dat ik op alle vragen ‘nee’ zou antwoorden. Ik heb ook helemaal geen school nodig. Ik wil gewoon kok worden, net als m’n pa, maar dan op een coole plek: in het leger of zo. Mijn pa werkt in een bejaardenhuis en daar zou ik niet tegen kunnen. Daar wonen alleen maar mensen die bijna doodgaan.
En die hun bord niet leeg eten. Dat zou ik ook irritant vinden.
‘Maar Dex, je bent hartstikke slim. Je juf zegt dat je naar de havo kan,’ zei mijn moeder, toen het tijd werd om een middelbare school te gaan kiezen.
Ik lag op de bank met Ringo naast me. Dat is onze hond.
‘Hoe lang duurt dat, de havo?’
‘Vijf jaar,’ zei mijn pa. ‘En het is een prima basis voor de toekomst.’
Ik deed alsof ik geen lucht meer kreeg.
‘Dat menen jullie niet…’ kreunde ik. ‘Vijf jaar…’
‘Stel je niet aan, Dex,’ zei mijn moeder, en ze trok dat gezicht dat ze altijd trekt als ik niks meer in te brengen heb. ‘We zoeken drie scholen voor je uit en dan mag jij de leukste kiezen.’
Ik verstopte mijn hoofd onder een kussen. Ringo begon aan mijn vingers te likken, alsof hij wilde testen of ik nog leefde.
‘Gaan jullie ook met de ouders van Brian praten over die scholen?’ vroeg ik na een tijdje vanonder mijn kussen.
‘Dat gaan we,’ zei mijn pa.
Ik zuchtte en zei: ‘Dat is dan tenminste nog iets.’
Brian is mijn vriend. We hebben de hele basisschool bij elkaar in de klas gezeten en meestal naast elkaar, totdat onze juf in groep 8 het niet meer trok. Dat havoadvies is haar manier om me terug te pakken voor alle ongein die ik heb uitgehaald. Dat heb ik vaak genoeg aan mijn ouders proberen uit te leggen, maar die geloven me niet.
Bri vindt school ook geen ruk aan, maar hij is er wel beter in dan ik. Hij wil architect worden en daar heb je een goede opleiding voor nodig. Dus in tegenstelling tot sommige andere mensen, voert hij wél een klap uit. Tenminste: soms. Als het voor een cijfer is
Brian is ook gewoon veel slimmer dan ik. Hij haalt altijd hogere cijfers en weet precies wanneer hij moet stoppen met irriteren.
Ik denk niet over die dingen na.
Soms verveel ik me. Dan vind ik het te stil om me heen en is het heerlijk om ‘Oooh… Sapperdiosia’ door de klas te zingen.
Of op de tafel te trommelen. Of op de grond te gaan liggen. Dat lucht op. Maar ja, dan sta ik wel binnen de kortste keren op de gang met mijn opluchting.
Brian wilde naar een school met een technasiumafdeling. Het enige wat mij boeide was de menukaart van de kantine. En zo kwamen we uit op het Apollo college. Oftewel ‘het Ap’. Daar kon je vanaf de tweede de technische kant op en ze verkochten er tosti’s en broodjes kroket.
Mijn ouders vonden het Ap een fantastische keuze.
‘Je zult zien dat het daar beter gaat, Dex,’ zei mijn pa en hij keek zo hoopvol dat ik er bijna buikpijn van kreeg.
Het enige wat ik zelf fantastisch vond aan het Ap was dat ik weer bij Brian in de klas zou komen. Want voor tosti’s en broodjes kroket ga ik liever naar een plek die geen school is.

Verslavingen

We gingen niet op kamp. Dat kwam doordat we in de lente op reis zouden gaan naar Engeland.
‘Dat is een educatieve reis,’ zei Cleopatra. ‘En dat prefereren wij boven zomaar een schoolkamp.’
Cleopatra was de afdelingsleider van de brugklas en we noemden haar zo omdat ze kaarsrecht, zwart haar had met een kaarsrechte pony. Maar eigenlijk heette ze Suzanne Vonk.
Cleopatra gebruikte graag moeilijke woorden.
‘Als je ouders geopteerd hebben voor een huurpakket, mag je niet in je boeken schrijven,’ zei ze toen ze zich aan onze klas kwam voorstellen in de eerste schoolweek.
‘Ik denk dat ik in de grote pauze opteer voor een tosti hamkaas,’ zei ik tegen Brian.
‘Dan opteer ik met je mee,’ zei hij.
Die vrouw van de kantine zag eruit alsof ze klem had gezeten in een zonnebank en ze snauwde je af als je met te veel kleingeld kwam aanzetten. Maar de tosti’s die ze maakte… man, ik droomde er ’s nachts gewoon van. Zalig knapperig aan de buitenkant, met van die gebrande ribbelrandjes in het brood en soms, als je mazzel had, een paar kaaskorstjes die waren meegebakken aan de buitenkant. Dan nam je een hap en proefde je die heerlijke ham… en de gesmolten kaas… Ik begon spontaan te kwijlen als ik alleen al aan die dingen dacht.
‘Denk je dat je verslaafd kan raken aan tosti’s?’ vroeg ik aan Brian.
Hij haalde zijn schouders op. ‘Alles kan,’ zei hij.
We hadden ook samen een verslaving. Brian moest minstens een kwart liter energydrink per dag en ik een halve, anders bleven we niet wakker tijdens de lessen.
Ik had op de ochtend van de eerste schooldag een traytje gekocht, voor in mijn kluis. Dan konden we even vooruit.
‘Eigenlijk zouden ze dit gratis moeten maken,’ zei Brian. ‘Dat je het kunt afhalen bij de conciërge als je het nodig hebt. Net als een aspirientje.’
‘Precies,’ zei ik. ‘Misschien zou ik het hier dan nog wel vijf jaar trekken.’
Onze klas was ook niet echt om over naar huis te schrijven. Aan één jongen had ik direct een hekel. Dat was Wahid. Hij was klein en kon niet normaal praten, alleen maar schreeuwen.
Bij de docenten stelde hij zich voor als: ‘Ik ben Wahid en ik ben de baas.’
‘Goed dat ik het weet. Dan kan ik daar rekening mee houden,’ had meneer Hendriks gezegd. Hij gaf Nederlands en was onze mentor. Hij was lang en dun en nog best grappig voor een leraar.
Mevrouw Mast van Engels had geglimlacht en de volgende aan het woord gelaten.
En mevrouw Kadmilos van biologie had Wahid direct naar de gang willen sturen.
‘Waarom?’ had hij geroepen. ‘Omdat ík de baas ben,’ had Kadmilos geantwoord. ‘En als je op de gang staat kun je dat goed op je laten inwerken.’
Mevrouw Kadmilos was Grieks. Niemand wist precies hoe oud ze was. Ze had een schelle stem en een pukkel op haar voorhoofd die meebewoog als ze praatte.
Wahid had haar in haar gezicht uitgelachen en toen wilde ze natuurlijk helemaal dat hij de klas uit ging.
Dat was de eerste keer dat iemand een groene kaart kreeg en zich moest melden. De tweede en derde keer… Nou ja, dat vertel ik later wel.

.
Leesfeest verloot het boek uit dit voorproefje! Wil jij ook kans maken op dit boek? Klik dan hier
.