Voorproefje
| Titel: | De wraak van Lorre |
| Auteur: | Tosca Menten |
| Uitgeverij: | Van Goor, 2012 |
| ISBN: | 9789000305797 |
| Illustraties: | Elly Hees |
Leesfeest verloot deze keer 5 exemplaren van het nieuwste, knettergekke, grappige boek van Tosca Menten over een papegaai met een houten poot en een op geld beluste platenbaas.
Lorre zat op de hanglamp en slingerde langzaam heen en weer. Streep plakte inmiddels weer aan zijn vensterbank en loerde naar Lorre alsof hij een verse makreel was. Papa had de krant voor zijn neus, maar keek vooral naar Streep.
Saar liep naar de lamp en bekeek Lorre nieuwsgierig. ‘Ja. Een echte Amazona,’ zei ze.
‘Is dat besmettelijk?’ vroeg papa.
‘Nee, dat is zijn Latijnse naam. Dat heb ik wel eens gelez…’ Saar stokte. ‘Wat is er met zijn poot?’
‘O ja, dat was ik vergeten te zeggen,’ zei Jop. ‘Hij heeft een houten poot.’
‘Een houten poot?’ herhaalde Saar. Opeens keek ze dom. Dat zag er heel komisch uit, want Saar keek nooit dom. Papa en Jop schoten er allebei van in de lach.
‘Waarom heeft hij een houten poot?’ vroeg Saar onnozel.
‘Om mee te lopen, denk ik,’ plaagde papa. ‘Luister. Jij weet vast wel wat papegaaien eten. Zeg het maar, dan ga ik dat halen.’
‘Noten en zaden en vruchten,’ antwoordde Saar automatisch. ‘Meneer Poffermans, ik heb nog nooit iets over een papegaai met een houten poot gelezen.’
Nu lachte Jop nog harder. Saar wist en begreep altijd alles, en als dat niet zo was, raakte ze in de war. Op dit moment keek ze als een kip die net een vierkant ei had gelegd.
‘Ik ook niet, Saar,’ zei papa. ‘Maar ik ga tóch even voer halen. Passen jullie op Lorre en Streep?’ En hij liep de deur uit.
Meteen stond Streep op, maakte een kromme rug en blies naar de lamp.
‘Pas op. Hij gaat aanvallen,’ zei Saar.
Saar had vast gelijk, dus sjouwde Jop de kat naar papa’s slaapkamer, waar ook een vensterbank was waar hij aan vast kon plakken.
Toen hij terugkwam, zat Saar met Lorre op schoot koppiekrauw te doen. Jop ging naast haar zitten en ze deden samen koppiekrauw. Nog steeds in de war bekeek Saar de houten poot. ‘Hij lijkt net echt,’ zei ze. ‘En hij kan er ook gewoon mee lopen. Snap jij dat?’
‘Saar, het is nu eenmaal zo,’ zei Jop wijs.
Saar zuchtte en besloot toen ook dat het nu eenmaal zo was. Meteen raakte ze uit de war. ‘Ik heb thuis een boek over papegaaien,’ zei ze opgewekt. ‘Daar staat precies in wat je met ze moet doen. Zal ik die halen? Hij staat bij onze dierenboeken.’
Jop knikte. Bij Saar stond het hele huis vol boeken. Dat hun huis niet door de grond zakte! Saar las alles, en ze onthield ook nog eens alles. Dat was reuze handig als Jop iets moest weten, zoals nu. Andere mensen zochten dingen op op hun computer, of gingen naar de bibliotheek, maar Jop had gewoon Saar.
Saar zette Lorre op Jops schoot en liep de deur uit.
Toen Saar weg was, ontdekte Jop dat Lorre kon zingen!
Dat ging zo: Jop aaide Lorre over zijn kop, en Lorre zei eerst: ‘Lekkerrr! Ga doorrrr, liefie! Lekkerrr! Lekkerrr!’ Maar ineens vloog hij naar de lamp en schreeuwde: ‘Rrrotzak! Rrrotzak! Rrrotzak!’
‘Hoezo?’ vroeg Jop verbaasd.
‘Omhakken! Omhakken! Rrrrotzak! Rrrotzak!’
Jop stak zijn arm uit, maar Lorre keek de andere kant op en schreeuwde nog harder. ‘Omhakken! Omhakken! Rrrrotzak! Rrrotzak!’
Jop dacht vlug na. Wilde Lorre iets hebben? Hij had natuurlijk dorst! Jop haalde een bakje water en hield dat voor Lorres snavel. Maar Lorre draaide zijn kop om en begon te krijsen. ‘Val om, dan! Rrrotzak! Rrrotzak! Papa kom vlug!’
Het deed gewoon zeer aan Jops oren.
‘Hou op!’ riep Jop.
‘Hou op! Rrrotzak! Hou je kop, liefie! Val om! Omhakken!’
Jop deed zijn handen voor zijn oren, maar het beest schreeuwde dwars door zijn vingers heen.
‘Whaah!’ schreeuwde Jop.
Dat had helemaal geen zin, want Lorre schreeuwde nog harder terug. ‘Whaah! Whaah! Whaah! Whaah!’
Toen had Jop er genoeg van. Hij ging aan de piano zitten, sloeg een muziekboek open en begon zo hard mogelijk te spelen en te zingen.
Van het ene op het andere moment hield Lorre zijn snavel. Jop keek over zijn schouder. Dat werkte! Lorre krijste niet meer. Hij hield zelfs zijn hoofd schuin alsof hij luisterde.
‘Dat had je niet gedacht, hè,’ zei Jop triomfantelijk en hij speelde vlug weer verder.
En toen gebeurde het: Lorre begon te zingen.
Jop had het eerst niet in de gaten. Hij hoorde wel iemand zingen, maar dat klonk niet als een papegaai. Het klonk juist heel hoog, als een operazangeres of zo.
Jop hield zijn handen stil en keek om zich heen. Stond de radio ineens aan? Of de televisie? Maar die stonden gewoon uit. Het zingen hoorde hij ook niet meer. Misschien kwam het van buiten.
Jop haalde zijn schouders op en speelde verder. Meteen was het zingen er weer.
Met een ruk draaide Jop zich om en rende naar het raam.
Er stond niemand in de tuin. ‘Hoorde jij dat ook?’ vroeg hij aan Lorre.
‘Rrrotzak! Hou je kop, liefie!’ antwoordde Lorre.
Ineens vond Jop het een beetje eng. Stond er nou iemand stiekem te kijken en mee te zingen?
Hij ging omgedraaid op de pianokruk zitten en sloeg achter zijn rug een noot aan.
Lorres snavel ging open. ‘Cééé!’
Jop sloeg nog een paar noten aan.
‘Ceee-deee-eee-èèèf-geeeeee!’ deed Lorre.
Jops mond viel open. Het was Lorre! Nee! Ja! Het was Lorre echt. Dat gekke beest kon zingen! Ineens moest Jop zo hard lachen dat hij bijna van de pianokruk viel. Hij kreeg er gewoon tranen van in zijn ogen. Hij had een papegaai met een houten poot die ook nog kon zingen. Dat was geen vreemde vogel, dat beest was kierewiet!
Saar kwam binnen en zag Jops rode ogen.
‘Waarom huil je?’ vroeg ze geschrokken.
‘Hij kan zingen!’ hikte Jop. ‘Ik bedoel Lorre. Echt waar. Moet je horen!’
Hij draaide zich weer om en speelde een liedje.
Lorre begon meteen te zingen.
Jop keek om en zag dat Saar voor de tweede keer die dag onnozel keek. Een papegaai die opera zong, zoiets kon ze gewoon niet geloven.
Maar Saar zou Saar niet zijn als ze geen oplossing bedacht. Dus dacht ze razendsnel na en verzon: ‘Dan doet hij iemand na.’
‘Nou, niet mij. En mijn vader ook niet,’ protesteerde Jop.
‘Nee, iemand anders natuurlijk,’ zei Saar. ‘Iemand die hij vroeger kende. Misschien woonde hij bij een zangeres. Speel nog eens wat?’
Jop speelde en Lorre zong.
‘Het kan niet anders. En het was iemand die heel mooi kon zingen,’ besloot Saar en keek zelfs een beetje opgelucht.
Daar zat ook wel wat in, vond Jop.
‘Maar die is waarschijnlijk dood,’ zei Saar.
‘Hoe weet jij dat nou?’
‘Omdat een papegaai altijd bij zijn baasje blijft. Dat staat in dit boek. Gewoon, tot ze doodgaan. Of zijn baasje gaat eerder dood, dat komt ook vaak voor, want papegaaien worden heel oud.’
Jop knikte. Hij geloofde Saar meteen.
‘En ik denk dat hij hier is omdat hij je hoorde pianospelen,’ ging Saar verder. ‘Hij zocht gewoon een nieuw baasje dat van muziek houdt.’
‘En dat ben ik,’ begreep Jop.
‘Zijn oude baasje kon ook houten poten snijden,’ ging Saar door. ‘Dus misschien was hij een kunstenaar.’
‘Lorre zegt de hele tijd omhakken,’ zei Jop, omdat hij ook iets slims wilde zeggen. ‘En dat iets om moet vallen. Dus dat gaat over een boom.’
‘Dan zijn we eruit,’ zei Saar. ‘We zoeken een houthakker met een vrouw die mooi kan zingen. Eens?’
‘Nee. We zoeken niemand,’ zei Jop, die bedacht dat Saar en hij later best samen detective konden worden. ‘Die houthakker was dood, zei jij. En Lorre is nu van mij.’
Lorre begon uit zichzelf weer te zingen.
Jop en Saar luisterden tot Lorre er na een paar minuten weer mee stopte.
‘Dat papegaaien dat kunnen,’ zei Jop vol ontzag. ‘Doen ze altijd iedereen na?’
‘Niet alleen stemmen. Ook geluiden,’ wist Saar. ‘Van een kat bijvoorbeeld.’
‘Miauw!’ zei Jop.
‘Miauw!’ deed Lorre.
‘Of van een deurbel.’
Jop liep naar de gang en drukte op de deurbel.
Lorre hield zijn kop schuin en deed de bel precies na.
Ineens proestte Jop het weer uit.
‘Wat is er?’ vroeg Saar.
‘Ik moet een wind laten,’ gierde Jop. ‘Luister.’ En hij liet een keiharde wind.
Meteen maakte Lorre net zo’n keihardewind-geluid. ‘Pffrrrt!’
‘Gatsie!’ riep Saar.
‘Gatsie! Pffrrrt! Omhakken!’ schreeuwde Lorre.
Jop had het niet meer. ‘Hij lijkt wel een echo!’ gierde hij.
Meteen deed Lorre de deurbel weer na.
‘Au, mijn buik,’ hikte Jop. ‘Hou toch op, gek beest.’
Lorre deed de bel nog een keer. En nog een keer.
Toen verscheen papa’s hoofd voor het raam. ‘Joehoe! Waarom doe je niet open? Ik ben de sleutels vergeten!’ riep hij.
‘O, ik dacht dat je Lorre was!’ riep Jop.
Hij liet papa binnen en vertelde van de wind. Toen moesten ze alle drie zo hard lachen, dat Lorre niet wist wie hij nu het eerst moest nadoen. Hahaha! (dat was Jop) – Hihihi! (dat was Saar) – Whoehaahaa! (dat was papa) – en pffrrt! (dat vond hij gewoon zelf een leuk geluid).
‘Volgens mij moeten we allemaal nog een beetje wennen,’ zei papa, toen ze alle vier uitgelachen waren. ‘Hier is een tas met voer en zo, en een zak zand. Regelen jullie dat, dan ga ik in de schuur iets in elkaar knutselen om te klimmen.’

